Een opmerking bij WNL Op Zondag zette ons aan het denken én aan het rekenen. “De bestaande Nederlandse woningvoorraad biedt nog volop kansen voor energiebesparing. Maar moet goed functionerend glas daarvoor altijd worden vervangen?”
Op zondag 6 september 2026 kwam tijdens WNL Op Zondag een opvallend eenvoudig voorbeeld van energiebesparing ter sprake.
Tijdens het gesprek over de Duurzame Dinsdag-koffer vertelde minister van Klimaat en Groene Groei Stientje van Veldhoven over praktische ideeën om te verduurzamen. Daarbij haalde zij een initiatief aan dat enkele jaren geleden ontstond en vertelde ze over folie die eenvoudig op bestaand glas kan worden aangebracht om energie te besparen.
Ze maakte het heel herkenbaar met het voorbeeld van haar studerende zoon: als je minder geld kwijt bent aan een hoge gasrekening, blijft er ook meer over om bijvoorbeeld met vrienden een biertje op het terras te drinken.
Een luchtig voorbeeld. Maar er zit een serieuze gedachte achter.
Want kijk eens naar een willekeurige Nederlandse woonwijk of een appartementencomplex zoals op de foto hierboven. Tientallen, soms honderden ramen in één gebouw.
Hoeveel energie zouden we in Nederland kunnen besparen als we bestaand glas veel vaker zouden verbeteren in plaats van vervangen?
En wat gebeurt er als we die gedachte eens doortrekken naar slechts 10% van de Nederlandse huishoudens?
Energie besparen wordt opnieuw urgenter
Die vraag is extra actueel. In dezelfde uitzending waarschuwde Van Veldhoven voor het risico van hogere gasprijzen. De beschikbaarheid van energie is één kant van het verhaal; de prijs die huishoudens ervoor betalen wordt mede bepaald op de internationale energiemarkt.
Daarmee is verduurzaming niet alleen een klimaatvraagstuk.
Het gaat ook over betaalbaarheid, wooncomfort en het verminderen van onze afhankelijkheid van energieprijzen waarop individuele huishoudens nauwelijks invloed hebben.
We kunnen niet bepalen wat een kubieke meter gas over enkele jaren kost. We kunnen wél proberen ervoor te zorgen dat gebouwen er structureel minder van nodig hebben.
De miljoenen ramen die er al zijn
Bij verduurzaming van woningen denken we al snel aan dakisolatie, spouwmuurisolatie, zonnepanelen, warmtepompen en HR++ of triple glas. Allemaal belangrijke maatregelen.
Maar door heel Nederland staan woningen, appartementencomplexen en andere gebouwen waarvan de kozijnen en beglazing technisch nog jarenlang mee kunnen.
Daar ontstaat een interessante vraag: moeten we bestaand glas altijd vervangen om het energetisch beter te laten presteren? Of kunnen we ook beter benutten wat er al is?
Dat tweede uitgangspunt vormt de basis van retrofit: bestaande bouwmaterialen behouden en hun prestaties verbeteren.
Van glas vervangen naar glas upgraden
Dat is precies de gedachte achter GlassShield.
GlassShield is een geavanceerde nanothermische glas-upgrade die aan de binnenzijde van bestaande beglazing wordt aangebracht. Het systeem is ontwikkeld om warmte-instraling en energieverlies via het glas te verminderen, zonder ramen of kozijnen te vervangen.
En dat laatste vinden wij misschien wel net zo interessant als de technische prestaties.
Behoud wat nog goed is. Verbeter wat beter kan.
Niet ieder raam levert dezelfde winst op
Daar moeten we tegelijkertijd realistisch over zijn. Een woning met enkelglas heeft een heel ander besparingspotentieel dan een woning die al over modern isolatieglas beschikt.
Dat zie je ook terug in de technische metingen van GlassShield.
Bestaande beglazing | Ug vóór | Ug na GlassShield | Verbetering |
4 mm enkelglas | 5,80 | 1,85 W/m²K | 68,1% |
Dubbelglas vóór 2008 | 2,90 | 1,40 W/m²K | 51,7% |
Dubbelglas low-E | 1,20 | 0,83 W/m²K | 30,8% |
Deze waarden komen uit verschillende metingen en praktijkopstellingen en worden in onze technische documentatie als gemiddeld gemeten waarden weergegeven.
Maar hier is een belangrijk onderscheid:
68,1% verbetering van de Ug-waarde van het glas betekent niet 68,1% minder gasverbruik voor de hele woning.
Warmte verdwijnt immers niet alleen via ramen. Ook dak, gevels, vloer, ventilatie, kieren, gebruiksgedrag en de verwarmingsinstallatie spelen een rol.
Daarom vinden wij het belangrijk om glasprestaties en totale energiebesparing niet met elkaar te verwarren.
Wat als we de gedachte opschalen?
Nederland telt ongeveer 8,5 miljoen huishoudens.
Neem daarvan eens slechts 10%. Dan praten we al over ongeveer 850.000 huishoudens.
We gaan daarbij bewust niet stellen dat al deze woningen dezelfde hoeveelheid gas zouden besparen. Daarvoor verschillen woningen, beglazing en bewoners te veel.
Maar we kunnen wel laten zien wat relatief bescheiden besparingen op zo’n schaal betekenen.
Indicatieve besparing | 850.000 huishoudens |
50 m³ gas per jaar | 42,5 miljoen m³ gas per jaar |
75 m³ gas per jaar | 63,75 miljoen m³ gas per jaar |
100 m³ gas per jaar | 85 miljoen m³ gas per jaar |
Dit zijn nadrukkelijk scenario’s en geen voorspellingen of gegarandeerde GlassShield-besparingen.
Wat op het niveau van één woning een relatief kleine energiebesparing lijkt, kan op de schaal van de Nederlandse woningvoorraad een enorme hoeveelheid energie vertegenwoordigen.
Van één raam naar tientallen miljoenen kubieke meters gas
Dat is misschien wel de interessantste gedachte die het gesprek bij WNL bij ons opriep.
We zijn gewend grote energievraagstukken ook met grote oplossingen te verbinden. Maar verduurzaming bestaat uiteindelijk uit heel veel afzonderlijke gebouwen, woningen, gevels en ramen.
Een besparing van 50 m³ gas per woning klinkt misschien niet spectaculair. Maar bij 850.000 woningen hebben we het over 42,5 miljoen m³ gas per jaar. Bij 100 m³ wordt dat 85 miljoen m³.
En dat niet één keer, maar opnieuw in ieder jaar waarin die energiebesparing wordt gerealiseerd.
En dan wordt het voorbeeld van dat biertje ineens interessant
Daarmee komen we terug bij het eenvoudige voorbeeld dat Van Veldhoven bij WNL gebruikte.
Voor een student of huishouden gaat verduurzaming uiteindelijk niet over een Ug-waarde van 1,40 of een bepaalde warmteoverdrachtscoëfficiënt. Het gaat om de vraag: wat merk ik daarvan op mijn energierekening?
Iedere kubieke meter gas die structureel niet hoeft te worden gebruikt, hoeft ook niet te worden betaald. En wanneer de gasprijs stijgt, neemt de financiële waarde van iedere bespaarde kubieke meter automatisch toe.
Dat maakt energiebesparing óók een vorm van bescherming tegen toekomstige prijsschommelingen.
De grootste kans zit juist in de bestaande bouw
Voor GlassNext is daarom niet de vraag: hoe krijgen we GlassShield op ieder raam van Nederland?
De veel interessantere vraag is: bij welke gebouwen kunnen we met een relatief beperkte ingreep de grootste energetische verbetering realiseren?
Daarbij zijn gebouwen met enkelglas en ouder dubbelglas vanzelfsprekend interessant. Maar er zijn meer factoren.
Denk aan appartementencomplexen waar glasvervanging organisatorisch en financieel ingewikkeld is. Aan monumenten waar uitstraling en gewicht belangrijk zijn. Aan scholen, kantoren, zorginstellingen en hotels waar een omvangrijke verbouwing veel overlast veroorzaakt.
GlassShield is juist ontwikkeld als retrofit-oplossing voor onder meer woningen, utiliteit, kantoren, scholen, zorginstellingen, hotels, woningcomplexen en monumentale gebouwen.
Verduurzaming gaat ook over behouden
Er is bovendien nog een tweede kant aan deze discussie.
Een bestaand raam vertegenwoordigt materialen, productie, transport en arbeid die ooit al zijn ingezet.
Wanneer glas en kozijnen technisch nog goed functioneren, maar energetisch achterblijven, is vervangen niet automatisch de enige denkbare route.
Levensduurverlenging zou wat ons betreft veel vaker onderdeel moeten zijn van de verduurzamingsvraag.
Kunnen we bestaande materialen behouden? Kunnen we hun prestaties verbeteren? Kunnen we daarmee sloop, bouwafval en nieuwe materiaalstromen beperken?
GlassShield wordt op bestaande beglazing aangebracht zonder glas of kozijnen te vervangen en wordt in onze technische documentatie daarom nadrukkelijk als retrofit-oplossing gepositioneerd.
Misschien stellen we soms de verkeerde vraag
De energietransitie wordt vaak vertaald naar de vraag: “Waarmee gaan we dit vervangen?”
Misschien moeten we vaker beginnen met: “Wat kunnen we verbeteren aan wat er al is?”
Dat is voor ons de belangrijkste gedachte achter het fragment van afgelopen zondag.
Niet omdat minister Stientje van Veldhoven GlassShield noemde. Dat deed zij niet.
Maar omdat energiebesparende folie op bestaand glas tijdens een landelijk televisieprogramma werd gebruikt als een heel begrijpelijk voorbeeld van praktische verduurzaming.
En juist dát vinden wij interessant.
Want als het principe werkt op het niveau van één studentenkamer, één woning of één raam, wordt de volgende vraag vanzelf: wat gebeurt er als we slimmer omgaan met de miljoenen ramen die Nederland al heeft?
Misschien ligt een deel van onze toekomstige energiebesparing namelijk niet in wat we nog moeten bouwen. Maar in wat er vandaag al staat.
Wat kan bestaand glas in jouw gebouw nog opleveren?
GlassNext kijkt naar de bestaande beglazing, het glasoppervlak en de omstandigheden van het gebouw om te bepalen waar een glasupgrade technisch en economisch interessant kan zijn.
Verduurzamen zonder verbouwen begint soms gewoon bij het raam dat er al zit.
Toelichting bij de scenario’s
De genoemde landelijke besparingen van 50, 75 en 100 m³ per huishouden zijn uitsluitend scenario’s om de mogelijke schaal van energiebesparing inzichtelijk te maken en zijn geen gegarandeerde prestaties van GlassShield. De uiteindelijke energiebesparing is onder andere afhankelijk van glassamenstelling, glasoppervlak, gebouwtype, oriëntatie, klimaatbelasting, verwarmingsgedrag en kwaliteit van installatie. Ook de technische documentatie van GlassShield vermeldt dat energiebesparing en eindwaarden afhankelijk zijn van de specifieke projectsituatie.
